Index
=>
Verkleinwoorden
Verkleinwoorden
Een verkleinwoord maak je meestal door het achtervoegsel
–je
toe te voegen.
Huis – huisje, stad – stadje
Na woorden eindigend op
l, n, w
of
r
komt het achtervoegsel
-tje
.
Stoel – stoeltje, schoen - schoentje, vrouw – vrouwtje, deur - deurtje
Na woorden eindigend op
m
komt het achtervoegsel
-pje
.
boom – boompje
Als het woord op
–ng
eindigt dan maak je het verkleinwoord met
–
kje
of
-
etje
koning – koninkje, leerling – leerlingetje.
Als het woord op één
vrije klinker
eindigt dan
verdubbel
je die klinker.
Oma – omaatje, café – cafeetje, villa – villaatje.
Let op: als het woord op
–y
eindigt, dan schrijf je een
weglatingsteken
, zie
hier
.
baby – bay’tje, pony – pony’tje.
Als het woord een
letter
,
cijfer
of
afkorting
is, dan gebruik je een
weglatingsteken
.
A4’tje, sms’je, p’tje.
OK
Index
=>