De persoonsvorm (pv) vind je door een ja/nee-vraag maken. Het werkwoord dat vooraan in de zin staat is dan de persoonsvorm. Bijvoorbeeld:
Dat / is / de Xbox360 van Timo. //
Is / dat / de Xbox360 van Timo. //
Je / hebt / mijn nieuwe gsm / al / gezien. //
Heb / je / mijn nieuwe gsm / al / gezien? //
Ik zit nog boordevol energie.
Zit ik nog boordevol energie?
De persoonsvorm staat dus ALTIJD vooraan in de zin bij een ja/nee-vraag.