Werkwoordelijke aanvulling

Wanneer je persoonsvorm een hulpwerkwoord is dan heeft de persoonsvorm op zich geen betekenis. Die betekenis zit dan in 1 of meerdere werkwoorden die verderop in de zin staan. Deze aanvullende werkwoorden noemen we uiteraard de werkwoordelijke aanvulling (w.w.a.).

 

Enkele voorbeelden (de persoonsvorm staat onderstreept):

 

Ik / heb / 50 lengtes / gezwommen. // --> de werkwoordelijke aanvulling is een voltooid deelwoord.

Ik / kan / dit boek / in een uurtje / lezen. // --> de werkwoordelijke aanvulling is een infinitief.

Hij / heeft / die nieuwe cd / zeker / al 10 keer / beluisterd. // --> de werkwoordelijke aanvulling is een voltooid deelwoord.

Lag /je / al lang / te slapen? // --> de werkwoordelijke aanvulling is te+infinitief.

Ik / had / een veel leuker spel / gekocht kunnen hebben. // --> de werkwoordelijke aanvulling is een combinatie van één voltooid deelwoord en 2 infinitieven.

 

Conclusie:

De werkwoordelijke aanvulling kan dus een voltooid deelwoord, een infinitief, een te + infinitief of een combinatie van deze vormen zijn.